WFRGENT NV

Home » Diensten » Weerstand tegen Brand » Brandweerstandsklassen

Brandweerstandsklassen

E-mail Afdrukken PDF

De classificatie van bouwproducten en -elementen is een manier om hun brandweerstand uit te drukken.

Klassering volgens het direct toepassingsdomein (DIAP):

De classificatie wordt gebaseerd op de resultaten van brandweerstands- en rookdichtheidstesten die binnen het directe toepassingsdomein van de betreffende testnorm vallen (in overeenstemming met de Europese norm EN 13501).

Aanduiding van de brandweerstandsklasse:

De brandweerstandsklasse wordt aangeduid door een combinatie van letters en cijfers. De letters verwijzen naar de verschillende prestatieparameters, voor zover deze op het element in kwestie van toepassing zijn.
De prestatieparameters zijn: 


Tijdens de test wordt dan bepaald hoe lang het bouwelement het geteste vermogen behoudt bij blootstelling aan brand. Voor elk vermogen zijn er criteria die bepalen wanneer een bouwelement dat vermogen verliest (zie hieronder). Op grond van de test wordt het bouwelement in een van de volgende brandweerstandsklassen ingedeeld: brandweerstand gedurende 15, 20, 30, 45, 60, 90, 120, 180, 240 of 360 minuten.


Draagvermogen

Het draagvermogen is het vermogen van een bouwelement om weerstand te bieden aan gespecificeerde mechanische acties, bij blootstelling aan brand langs één of meerdere zijden, gedurende een bepaalde tijdsduur, zonder zijn stabiliteit te verliezen. De criteria die toegepast worden om het verlies van stabiliteit te bepalen, variëren afhankelijk van het type van dragend element:

  • voor elementen die onderworpen zijn aan een buiging, zoals vloeren en daken:
    • de vervormingssnelheid (doorbuigingssnelheid);
    • de grens voor de eigenlijke vervorming (doorbuiging).
  • voor elementen die axiaal belast zijn, zoals kolommen en muren:
    • de vervormingssnelheid (contractiesnelheid);
    • de grens voor de eigenlijke vervorming (contractie).

Vlamdichtheid

De vlamdichtheid is het vermogen van een proefelement met een scheidende functie om weerstand te bieden aan blootstelling aan brand langs één zijde, zonder brandoverdracht naar de niet-blootgestelde zijde als gevolg van vlamdoorslag of doorgang van hete gassen. De vlamdichtheid wordt beoordeeld op basis van de volgende drie aspecten:

  • barsten of openingen die vooropgestelde afmetingen overschrijden;
  • ontsteking van een katoenprop;
  • aanhoudende vlammen aan de niet-blootgestelde zijde.

Thermische isolatie

De thermische isolatie is het vermogen van een bouwelement om weerstand te bieden aan blootstelling aan brand langs één zijde, zonder brandoverdracht naar de niet-blootgestelde zijde als gevolg van warmteoverdracht. Door thermische isolatie wordt de warmteoverdracht beperkt, zodat noch de niet-blootgestelde zijde noch materiaal dat zich dichtbij bevindt, ontstoken wordt.


Beperking van warmtestraling

De beperking van warmtestraling is het vermogen van een bouwelement om, bij blootstelling aan brand langs één zijde, de kans te verminderen dat er brandoverdracht plaatsvindt als gevolg van een belangrijke warmtestraling, hetzij door het element heen hetzij van zijn niet-blootgestelde oppervlak naar aangrenzende materialen. De beperking van de warmtestraling wordt bepaald door de tijdsduur waarin de maximale stralingswaarde, gemeten volgens de specificatie in de testnorm, de grenswaarde van 15 kW/m² niet overschrijdt.


Mechanische sterkte

De mechanische sterkte is het vermogen van een element om de impact te weerstaan die representatief is voor het effect dat het structurele falen van een andere component veroorzaakt. Het element wordt aan een vooraf bepaalde impact onderworpen kort nadat het getest is om het draagvermogen, de vlamdichtheid en/of de thermische isolatie te bepalen. Het element moet aan deze impact weerstaan zonder de R, E en/of I in het gedrang te brengen.


Zelfsluitendheid

De zelfsluitendheid is het vermogen van een open deur of venster om volledig in zijn slot dicht te vallen en een gemonteerd sluitingsmechanisme te activeren, zonder menselijke tussenkomst en enkel door opgeslagen energie of door middel van elektriciteit met ondersteuning van een systeem met opgeslagen energie in geval van een stroomstoring.
Dit is van toepassing op elementen die gewoonlijk gesloten zijn en automatisch moeten sluiten na elke opening en op elementen die gewoonlijk open zijn en automatisch moeten sluiten in geval van brand. 


Rookdichtheid

De rookdichtheid is het vermogen van een bouwelement om de doorgang van koude en/of warme gassen of rook van één zijde van het element naar de andere zijde te verminderen of uit te sluiten.


Weerstand tegen een roetbrand

De weerstand tegen een roetbrand is het vermogen van een schoorsteen of een verwant bouwelement om weerstand te bieden aan een roetbrand. Die weerstand houdt aspecten in van rookdichtheid en thermische isolatie.


Brandbescherming

De brandbescherming is het vermogen van een wand- of plafondbekleding om bescherming te bieden aan het materiaal achter de bekleding tegen ontsteking, verkoling en andere schade gedurende een gespecificeerde tijdsduur. De bekledingen zijn de buitenste oppervlakken van bouwelementen zoals wanden, vloeren en daken.

 

Klassering volgens het uitgebreid toepassingsdomein (EXAP):

Het toekennen van een klassering op basis van het uitgebreid toepassingsdomein valt niet onder bovenvermelde norm (EN 13501), maar gebeurt volgens de Europese norm EN 15524. De aanduiding is echter wel dezelfde als gespecifieerd in de klasseringsnorm.