Inleiding
Weerstand tegen brand en reactie bij brand onderzoeken beiden het brandgedrag van een constructie element als dit een aanval ondergaat van binnenuit. Dit geeft echter geen beeld van hoe een dak, dakbedekking of lichtkoepel reageert als deze een vuuraanval van buitenaf te verwerken krijgt.
Dergelijke vuuraanval van buitenaf kan veroorzaakt worden door een aanpalend brandend gebouw en/of door vliegvuur. Hier wordt dus rekening gehouden met een specifiek scenario.
Belgische interpretatie van de blootstelling aan een externe brand
Het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, laat twee benaderingen toe.
Uit bijlage 5 van dit wetgevend document halen we:
- De eindlaagmaterialen van de dakbedekking behoren tot klasse A1
OF - De producten en/of materialen voor dakbedekking vertonen de eigenschappen van de klasse Broof(t1), bepaald in de beschikking 2001/671/EG, of zijn conform aan de beslissing 2000/553/EG
Uit bijlage 6:
- De dakbedekking van het industriegebouw behoort tot klasse Broof(t1)
Deze tweeledigheid heeft te maken met de evoluties van de nationale aanpak naar de Europese aanpak. De nationale klasse A1 zou op termijn volledig moeten verdwijnen en plaats ruimen voor de Europese Broof(t1).
Europese interpretatie van de blootstelling aan een externe brand
De Europese norm ENV 1187: "Test methods for external fire exposure to roofs" omvat vier verschillende beproevingsmethodes, afgeleid van bestaande nationale testmethodes. De methodes worden aangeduid met t1, t2, t3 en t4.
Op Europees niveau wordt dan gebruik gemaakt van de klassen:
Broof(t1), Froof(t1), Broof(t2), Froof(t2), Broof(t3), Croof(t3), Droof(t3),Froof(t3) of Broof(t4), Croof(t4), Droof(t4), Eroof(t4), Froof(t4).
Welke index men gebruikt is afhankelijk van het land waarin men een declaratie wenst. Zo eist Frankrijk een t3 klasse, Nederland en Duitsland een Broof(t1) en Engeland een t4 klasse terwijl de Scandinavische landen eerder opteren voor een Broof(t2).
Veel Oost Europese landen volgen het Duitse voorbeeld en vragen een Broof(t1).
De methoden t3 en t4 kennen meerdere klassen:
- Broof(t3), Croof(t3), Droof(t3), Froof(t3)
- Broof(t4), Croof(t4), Droof(t4), Eroof(t4), Froof(t4)
Nagenoeg alle Europese landen verwijzen in hun wetgeving naar het gebruik van een Broof(tx).
Een Europese klasse behalen
Een eerste stap bij de keuze voor nagestreefde klasse is nagaan in welke landen het product op de markt komt. Afhankelijk daarvan is er nood aan een declaratie volgens één of meerdere methodes t1, t2, t3 en t4.
Testen en classificatie zijn beschreven in de volgende normen:
- De testnorm: CEN/TS1187: "Bepalingsmethoden voor het brandgevaarlijk zijn van daken"
- De classificatienorm: EN 13501-5: "Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen - Deel 5: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgevaarlijk zijn van daken "
De testnorm
De testnorm beschrijft 4 compleet verschillende testmethodes waarbij vlamuitbreiding en vlampenetratie als de basiscriteria worden gezien. Afhankelijk van de testmethode worden hierbij verschillende bijkomende metingen gedaan.
Test 1: de methode met brandend hout
Test 2: de methode met brandend hout en wind
Test 3: de methode met brandend hout, wind en straling
Test 4: de methode in twee stappen, met brandend hout, wind en straling
Tussen de verschillende testmethodes is geen verband of hiërarchie. Elke test staat los van de andere.
De classificatienorm
Afhankelijk van de uitgevoerde test kan via de classificatienorm een interpretatie van de testresultaten gebeuren om dan een classificatie aan het geteste product toe te kennen. Een test volgens:
test 1 leidt tot de klassen Broof(t1), Froof(t1)
test 2 leidt tot de klassen Broof(t2), Froof(t2)
test 3 leidt tot de klassen Broof(t3), Croof(t3), Droof(t3), Froof(t3)
test 4 leidt tot de klassen Broof(t4), Croof(t4), Droof(t4), Eroof(t4), Froof(t4)
Ontwikkelingen
Binnen CEN TC 127 werkt men aan volgende projecten:
- het voorbereiden van een EXAP norm om het toepassingsdomein van proefresultaten uit te breiden en zo de noodzaak om alle productvariaties te testen, te reduceren
- de ontwikkeling van één enkele testmethode ter vervanging van de huidige methodes.




